Cabo Verde, Capo Verde of in het Nederlands: de Kaapverdische Eilanden. Veel mensen weten niet precies waar het ligt of hebben er nog nooit van gehoord, anderen zijn er weleens op zonvakantie geweest (op Sal of Boa Vista). Weer anderen kennen Cabo Verde pas sinds dit WK voetbal, waarop het land het knap ver schopt. Elke keer als ik de spelers van De Blauwe Haaien voorbij zie komen, moet ik denken aan mijn vakantie van afgelopen najaar.
Toen bezocht ik 2 van de 9 bewoonde eilanden: São Vicente en Santo Antão. Het muziekeiland en het wandeleiland bij uitstek, want ik hou van muziek en wandelen.
Met een rechtstreekse vlucht vanaf Amsterdam landde ik op São Vicente op het Cesária Évora Airport. Daarmee noemen we meteen een heel belangrijke naam: de beroemde zangeres Cesária Évora, de koningin van de Kaapverdische muziek en ook wel de Barefoot Diva genoemd. Voor vertrek had ik met plezier een documentaire over haar bekeken en het voelde extra leuk om te landen op een vliegveld met deze naam.
Voor de reis maar zeker ook onderweg in het vliegtuig kwam ik al in Kaapverdiaanse sferen. Ik reisde in november en veel Kaapverdianen uit met name Rotterdam (die daar al sinds de jaren '50 en '60 wonen) kiezen ervoor om vanaf de Nederlandse herfst te gaan overwinteren in hun moederland. Veel oudere mensen aan boord dus, hartstikke gezellig. Sommigen kenden ook al, dus de eilandsfeer was meteen gezet.
De haven van Mindelo
Op São Vicente had ik een prachtig verblijf in een guesthouse vlakbij de haven van de hoofdstad Mindelo aangezien ik drie dagen later met de veerboot naar de overkant zou gaan, naar Santo Antão, om te wandelen. Ik werd gastvrij ontvangen door de eigenaresse en lieve kat.
São Vicente is het eiland van de cultuur, muziek en sfeer en daarvoor hoef je alleen maar het dagelijks leven op straat te aanschouwen. In Mindelo vind je bovendien een grote overdekte markt met knusse lunchzaakjes en een vismarkt waar je kunt rondkijken. Ook is er een fijn stadsstrand op loopafstand. Wil je de stad even uit? Ga dan met een gids naar Monte Verde. Vanaf deze hoogste piek van het eiland heb je een prachtig uitzicht en kan je op de top genieten van een lokaal sterk drankje in het kleinste 'koffiecafeetje'. De halve dagexcursie maakt vervolgens een stop in het vissersdorp Salamansa (zeldzaam hard getroffen door een tropische storm eerder in 2025) en de uitgestrekte blauwe lagune van Baía das Gatas. Ik vond het een mooi uitje!
Zodra de avond valt, komt São Vicente echt tot leven. Dan is het genieten van de livemuziek in de kroegjes en restaurants. En van de prachtige zonsondergang aan het water bij de floating bar in de jachthaven. Ook vond ik een hele leuke jazzclub die al tientallen jaren een begrip is op het eiland.
Kortom: ik heb me daar prima vermaakt met een echt vakantiegevoel vol muziek, terrasjes, lekker eten en ook alvast een beetje natuur.
Naar de overkant
Na een glaasje lokale wijn van het eiland Fogo met de eigenaresse van het pension, was het voor mij tijd om mijn koffer weer te pakken. De ochtend erna nam ik de veerboot naar Santo Antão, die aanmeert in de haven van Porto Novo in het zuiden.
Eenmaal aangekomen stapte ik supermakkelijk over op een van de aluguers (lokale busjes) richting het noorden, naar de plaats Ribeira Grande. In deze relaxte groene omgeving ging het tempo omlaag: van de levendige stad naar een ontspannen dorpssfeer en een rustig wandelritme. Want vanaf hier kon ik met het lokale vervoer heel makkelijk de meest indrukwekkende wandelroutes bereiken.
In de benen
Eén van de bekendste wandelingen start bij de Cova-vulkaankrater en loopt helemaal naar beneden door de Vale de Paul, een prachtige groene vallei. Dat lijkt ver, maar omdat je constant afdaalt en onderweg genoeg kunt stoppen, is het heel goed te doen. Je loopt hier echt in een groene oase. Net toen ik zin in koffie kreeg, kwam ik een Amerikaan tegen die op een van de hellingen een stukje grond had geërfd en nu verse koffie aanbood aan passerende wandelaars. Ontzettend gezellig en een hele leuke pauze in internationaal gezelschap!
Een andere bekende wandeling loopt vlak langs de grillige kust van Cruzinha naar Ponta do Sol (of andersom, zoals ik deed). Het is flink klimmen op sommige stukken, maar dan heb je ook wat: al na een uur wandelen doemt het wereldberoemde dorpje Fontainhas op: wonderschoon!
Naast deze mooie tochten heb ik ook nog een paar kortere wandelingen gemaakt over het eiland, onder meer naar de natuurlijke zwembaden van Sinagoga en in de indrukwekkende vallei van Xôxô. Gelukkig kon ik na al die inspanningen 's middags steeds heerlijk bijkomen en afkoelen bij het zwembad van mijn leuke hotel. En daarna genieten van gegrilde vis bij een van de lokale restaurants met cachupa natuurlijk: deze stoofpot van bonen en maïs, en vaak ook aardappel en cassave, is hét nationale gerecht van Kaapverdië.
Supercombo
Na een week wandelen pakte ik de boot terug naar São Vicente voor de laatste dagen van de vakantie. Er was dat weekend net een kunstmarkt met live muziek, ontzettend leuk! Al met al was het een geweldige vakantie. De combinatie van het swingende São Vicente en het indrukwekkende, groene Santo Antão was voor mij perfect. En ook de ontzettend vriendelijke mensen en de ongedwongen sfeer op deze eilanden blijven me nog lang bij.
Reactie plaatsen
Reacties